Gijsbertus (Gijs) van Elk (15-05-1915 – 27-01-1978)

I.

Door de binnenstad van Woerden sjokt een man met een klein snorretje en een pet richting stadhuis. Hij draagt een witte kiel en groet op zijn weg links en rechts beleefd voorbijgangers. De paar honderd meter tussen zijn winkel en woonhuis, Rijn 55, legt hij op z’n gemak af. De man loopt langs herberg De Dubbele Sleutel de Westdam op, passeert de monumentale witte fontein opgedragen aan burgemeester Schalij en stapt het grote stenen gebouw binnen. Daar meldt hij zich beleefd bij de afdeling bevolking.

‘En melkman Van Elk..?’, vraagt de dienstdoende ambtenaar die hem helpt hoopvol. ‘Wat is’t geworden?’

‘Een jongen.’

De kroontjespen krast over het papier als de geboorteakte wordt ingevuld. De overheidsdienaar knikt goedkeurend als hij zijn zojuist verrichte arbeid bekijkt, pakt een velletje lichtgroen vloeipapier en legt het zorgvuldig op de ingevulde regels. Daarna legt de nijvere schrijver het meegebrachte trouwboekje voor zich neer, neemt de kroontjespen opnieuw ter hand en schrijft met zwierige letters op het stippellijntje onder ‘Geboorten’: Gijsbertus, 15 mei 1915.

Zo zou de geboorteaangifte van Gijsbertus van Elk in het stadhuis van Woerden gegaan kunnen zijn[1].

Audiofragment: A. Loenen – Van Elk beschrijft het karakter van haar broer.

Gijs groeide op in het degelijk gereformeerde gezin dat woonde in de binnenstad. Hij doorliep in de jaren twintig de christelijke lagere school (De Wilhelminaschool, die toen nog aan de Torenwal was ondergebracht. Het oude schoolgebouw is er slecht aan toe en staat op de nominatie om plaats te maken voor nieuwbouw) en daarna de in hetzelfde pand ondergebrachte christelijke mulo, zonder het diploma te behalen. Geheel volgens de traditie was hij lid van Knapenvereniging Obadja[2] en later van de Jongelings Vereeniging op Gereformeerde grondslag Timothëus[3].

Gijs op ongeveer 10-jarige leedftijd.

Gijs tijdens een uitje van waarschijnlijk de Jongelings Vereeniging. Hij zit op de onderste rij, vijfde van links.

Wat het beroep van Gijs moest worden, stond pas laat vast. Het overlijden van zijn vader op maandag 2 maart 1931[4] moet een cruciaal punt zijn geweest.

Gijs’ oudste broer Jan nam uiteindelijk de nering van zijn vader over en kon zo in zijn eigen onderhoud voorzien. Moeder Neeltje moest op een andere manier aan de kost komen. Zij startte een kruidenierszaak aan de huidige Rijnstraat (toen Rijn 55) in Woerden, tegenover de Bonaventurakerk, om in het levensonderhoud te voorzien van het grote gezin. Daarmee haalde zij zich nogal wat op de hals, want de economische crisis die de wereld in de jaren dertig in haar greep had, is nog altijd berucht. Om onder die omstandigheden een kruidenierszaak te beginnen, vereiste moed. Gijs ging dus aan het werk tussen de balie met de koffiemolen en de rollen beschuit in de rekken aan de wand.

De kruidenierszaak aan de Rijn, tegenwoordig de Rijnstraat.

Advertentie Woerdens Weekblad van 21 maart 1931.

II.

De kleine winkelbel klingelt hard. Moeder Neeltje duikt vanachter de toonbank op en blikt tussen de stopflessen met snoep door naar de postbode die binnenkomt. Door de geopende deur stroomt koude lucht naar binnen. Bij wijze van groet gaat de rechterhand van de brievenbesteller naar de pet voordat hij een vaal geel kaartje overhandigd. Beleeft knikt ze hem toe en fronst haar wenkbrauwen als ze leest dat Gijs met ingang van 1 januari 1935 door het Ministerie van Oorlog wordt ingelijfd als buitengewoon dienstplichtige, lichting 1935 uit de gemeente Woerden[5]. Gijs had de leeftijd ervoor bereikt en van een echte oproep was nog geen sprake, maar toch… Hoe moest het nu verder?

De eigen zaak betekende voor Gijs dat hij weer terug naar school moest, want moeder had geen kruideniersdiploma. Het kostte de nodige uren studie, tussen het rondbrengen van de boodschappen door, maar op woensdag 26 oktober 1938 slaagde Gijs in Utrecht voor zijn kruideniersexamen. Hij haalde hoge cijfers: vakbekwaamheid schriftelijk 9 eenderde en mondeling 8,5. Voor handelskennis: schriftelijk 9 eenachtste en mondeling een 7 min[6]. Veel later vertelde Gijs wel eens dat deze grutterij hem nooit echt heeft getrokken. Maar hij zei ook eens dat de gevulde kruidenierszaak hem en zijn gezin keurig en ongeschonden de oorlog had doorgeholpen, omdat hij borstels, suiker en zeep bij boeren in de omgeving van Woerden kon ruilen tegen melk die de twee opgroeiende kinderen Nel en Hans maar al te goed konden gebruiken. Dat de winkel na de oorlog op slot is gebleven lijkt zo verklaard.

Gijs met zijn fiets met mand in de Voorstraat, ergens in de jaren dertig.

Waar een kruidenierszaak al niet goed voor kan zijn. Tijdens een van zijn vele rondes door Woerden en omgeving op een fiets met voorop een grote rieten mand vol boodschappen, deed Gijs op een dag in 1934 de woning van de familie Van Helden, Van der Valk Boumanlaan 39, aan. Daar werd hij aangenaam verrast door het uit Rotterdam-Overschie afkomstige hulpje in de huishouding, Mien van Oosten. Het meisje, twee jaar jonger dan hij, was naar Woerden gekomen nadat zij haar opleiding als kleuterleidster had opgegeven, omdat haar vader de opleiding niet meer kon betalen. Ze diende bij een nicht van haar: Marie van Helden.

Het klikte wel tussen Gijs en Mien. Ze stuurden elkaar met enige regelmaat ‘anonieme’ kaarten toe. Onder de postzegel schreven ze aan elkaar geheime boodschappen. ‘Ik heb je lief’, schreef Gijs in 1936 onder de postzegel aan Mien[7]. Op zaterdag 26 september 1936 verloofde het paar zich.

Mien van Oosten ergens in de jaren ’20 in haar ouderlijk huis in Overschie.

III.

De zon brandt onbarmhartig. De lucht trilt van de hitte boven de rails van de spoorlijn Woerden-Utrecht. Het station ligt er volstrekt verlaten bij en het loket is gesloten. Op het plein voor het gebouw staan geen bussen, auto’s of fietsen. Er is geen levende ziel te ontdekken, net zomin als op het terras van het tegenover het station gelegen hotel-restaurant van de familie Hoek. Ook in het vaak bedrijvige centrum van Woerden heerst een onnatuurlijke stilte. In de huiskamer achter de kruidenierswinkel van de weduwe Van Elk in het hartje van het stadje is slechts het ruisen van de radio hoorbaar. Het apparaat staat aan, maar de zender waarop is afgestemd, zwijgt. Om de vrouw heen zitten enkele kinderen. Iedereen wacht gespannen of er nieuws is van het front, van Faas en Teus…

Net als voor duizenden andere Nederlanders was 1940 ook voor de familie Van Elk, een bewogen jaar. Gijs’ oudste broer Jan had vrijstelling van militaire dienst, maar zijn twee andere broers Faas en Teus moesten in augustus 1939 opkomen door de mobilisatie. Toen de oorlog op vrijdag 10 mei 1940 uitbrak, was de spanning in het gezin ongetwijfeld te snijden.

De bange voorgevoelens van die dagen bleken later terecht te zijn, want op de tweede dag van de strijd sneuvelde Faas bij de gevechten rond het vliegveld Valkenburg[8] (zie daarvoor ook het hoofdstuk over Faas bij de beschrijving van Gijs’vader Jan). Een van Faas’ medesoldaten schreef pal na de gevechten op een minuscuul briefje hoe Faas overleden was en dat hij vlak voor hij stierf ‘alles met de dominee in orde had gemaakt'[9]. Het briefje was, waarschijnlijk bij gebrek aan een exact adres, gericht aan de Woerdense gemeentepolitie. Een van de agenten bracht het briefje met het vreselijke doodsbericht naar de Gereformeerde predikant dominee C. van Reenen[10]. Hij had de moeilijke taak naar de winkel aan de Rijn te gaan.

Gijs haalde later de bescheiden persoonlijke bezittingen van zijn broer in Valkenburg op. Zijn broer kreeg hij niet meer te zien. Die was al begraven. Op donderdag 26 december 1940 woonde Gijs in Valkenburg nog een speciale kerkdienst voor de gevallenen bij[11]. Faas kreeg een definitief graf te midden van 35 andere gesneuvelde Nederlandse militairen bij de Hervormde Kerk in Valkenburg.

 

Wat zich verder in dat jaar heeft afspeelde, vereist nadere studie, maar Gijs kreeg op donderdag 28 november 1940 een brief van Woerdense gemeentepolitie dat hij zijn commissie van onbezoldigd veldwachter der gemeente Woerden voor zondag 1 december moest inleveren. De brief was ondertekend door inspecteur Van Sintmaartensdijk. Gijs leverde de vergunning volgens de ondertekening van Van Sintmaartensdijk op maandag 2 december[12] in.

De oorlogsjaren waren voor niemand leuk, maar kregen voor de familie Van Elk een extra macaber tintje toen Gijs’ oudste broer Jan op woensdag 25 augustus 1943 door de Duitsers werd gearresteerd, omdat hij in het verzet zat (hij was lid van de Oranje Vrijbuiters) en onderduikers verborg[13]. Zie daarvoor de pagina “Opa Jan”.

IV.

De officiële trouwfoto van Gijs en Mien, gemaakt op dinsdag 3 februari 1942.

Op dinsdag 3 februari 1942 trouwde Gijs met Wilhelmina Elizabeth van Oosten, het meisje dat hij zeven jaar daarvoor voor het eerst had ontmoet. De toen 24-jarige bruid was geboren op vrijdag 23 maart 1917 in Delfshaven in Rotterdam (overleden op zondag 18 juli 1993 in Montfoort). De vader van de bruid was Johannes Cornelis van Oosten, van beroep brievenbesteller en portier bij de PTT in Rotterdam. De moeder van de bruid was Jannetje Arendje Langendoen uit Rockanje[14]. ‘s Middags om 13.30 uur trouwde het echtpaar in de Gereformeerde Kerk aan de Delftweg in Overschie. De voorganger was ds. G.J. van den Boom.

De kosten van de sobere huwelijkceremonie in het Schiedamse stadhuis bedroegen dertig gulden en een dubbeltje, een bedrag dat Miens vader betaalde[15]. Van een uitgebreide bruiloft was geen sprake. Twee of drie koetsjes voor bruid en bruidegom en de drie ouders die ze naar het stadhuis, de kerk en weer terug naar huis reden, vormden het enige feestelijke vertoon. De overige bruiloftsgasten moesten lopen. In een interview dat kleinzoon Bert-Jan Bouman hield met Mien zei ze: ‘Er werd gewoon niets gevierd. Bij de bruiloft die in 1942 plaatsvond, was ook geen feest. In Overschie (dat moet volgens de kwitantie Schiedam zijn- BvE.) ging het koppel naar het gemeentehuis en tufte daarna met een treintje naar Woerden. De trein moest twee keer stoppen, omdat er vliegtuigen overkwamen. De hele trein moest snel leeg en iedereen moest dan de kant van de spoordijk in. Hierdoor werd zoveel tijd verloren, dat de trein na spertijd – acht uur – pas aankwam. Iedereen is stiekem toch over straat gegaan en ook thuisgekomen. Ik denk dat de Duitsers het door de vingers hebben gezien. Wij konden er ook niets aan doen.'[16]

Na de huwelijksvoltrekking vestigden Gijs en Mien zich in het winkelpand Rijnkade 5 III, hemelsbreed vijfhonderd meter meer naar het westen. Daar bleef het gezin enkele jaren wonen tot in november 1949 de woning in de Asterstraat kon worden betrokken[17]. Op vrijdag 23 april 1943 werd in het pand aan de Rijnkade het eerste kind van het paar geboren: Neeltje Jannetje (Nel)[18]. De oorlog ging door en de gevolgen werden voor iedereen steeds beter merkbaar. Oproepen voor de Arbeitseinsatz kreeg Gijs voor zover bekend niet. Misschien wel, omdat hij een kruidenierswinkel had. Dat betekende niet dat hij was vrijgesteld van alle dwangarbeid. Op dinsdag 4 april 1944 kreeg hij via een gestencild briefje opdracht van de burgemeester van Woerden mee te helpen met graafwerkzaamheden op Breeveld, ten oosten van Woerden, ter hoogte van de boerderij van W. Hofland (nr. 12) omdat de Duitsers de omgeving van Woerden wilden inunderen. Woensdag 5 en donderdag 6 april 1944 moest er gegraven worden van 8.00 tot 18.00 uur. Vergoeding voor de slavenarbeid bedroeg 50 cent per uur. De Woerdenaren moesten een schop en brood meenemen[19].

Er gebeurden ook prettigere dingen: op woensdag 21 juni 1944 volgde de geboorte van zoon Johannes (Hans † donderdag 29-12-2005).

Gijs ging meedoen aan het verzet en werd lid van de plaatselijke Knokploeg. De officiële datum is bekend: dinsdag 5 september 1944. Op die datum werd hij officieel lid van de Binnenlandse strijdkrachten[20]. Gijs sprak alleen over het verzet als hem daarom werd gevraagd.

Een van zijn verhalen ging over wapens die ‘s nachts in de omgeving van het Brediusbos waren gedropt. De container was in de vijver voor de boerderij terechtgekomen en de leden van de groep moesten alle wapens uit het water halen. Het natte wapentuig werd door Gijs naar Woerden gebracht, door de in onderdelen uiteengenomen wapens in de rieten mand van zijn transportfiets te verstoppen en af te dekken met levensmiddelen. Tijdens een van de transporten kwam hij echter een stel marcherende Duitsers tegen. Omkeren zou argwaan wekken en daarom stapte hij af, ging keurig in de berm staan en verleende de soldaten beleefd de doorgang. Toen ze voorbij waren, stapte hij weer op en vervolgde zijn weg.

Gijs vertelde ook eens dat de natte wapens boven op zolder te drogen werden gelegd, in de zon voor het open dakraam. Hij zei zich pas later te hebben gerealiseerd hoe gevaarlijk dat was geweest, want de dochters van de buren hadden Duitse vriendjes. Een blik uit hun raam was vrijwel voldoende geweest om de wapens te zien liggen…

In de Tweede Wereldoorlog was Gijs lid van de verzetsgroep Uden, een van de twaalf groepen die in Woerden actief was. Gijs zit op de onderste rij en heeft een knuppel in de hand

V.

Vanaf september 1944 was Gijs voor meer dan twintig jaar ‘verkocht’ aan Defensie. De eerste jaren na het einde van de oorlog gebeurde er veel: Gijs trad aan bij de Binnenlandse Strijdkrachten, gewest 13B, Zuid-Holland Oost, district Gouda, plaatselijk Commando Woerden, strijdend gedeelte, van dinsdag 5 september 1944 tot en met woensdag 5 september 1945 als lid. Op zondag 16 september 1945 ging Gijs over naar de Koninklijke Landmacht. Hij bleef in werkelijke dienst en werd ingedeeld bij de Gezagstroepen, district Delft. Op vrijdag 16 november 1945 volgde de overplaatsing naar de 17e compagnie Dienst Kwartiermeester Generaal. Hij kwam in dienst van de KL als vrijwilliger op de voet van een gewoon dienstplichtige tot zondag 1 september 1946. Gijs werd tijdelijk bevorderd tot korporaal op zaterdag 16 november 1946. Twee dagen later volgde de overplaatsing naar het Korps Verplegingstroepen en de verbintenis werd verlengd tot zaterdag 1 maart 1947. Op 1 maart 1947 werd hij weer gewoon soldaat en de verbintenis beëindigd. Hij viel toen in de categorie buitengewoon dienstplichtig van de lichting 1935 met groot verlof. Door een reorganisatie volgde per zaterdag 1 juli 1950 indeling bij het Regiment Intendancetroepen en op dinsdag 1 juli 1952 verliet Gijs als dienstplichtige Defensie wegens ‘dienstbeëindiging'[21].

Dat zijn echter veranderingen op papier, want in het dagelijks leven werkt hij sinds 1 maart 1947 op het ‘magazijn’.

Op dinsdag 5 maart 1946 aanschouwde het derde kind, dochter Jannetje Arendje (Jannie) het levenslicht.

Gijs bleef na zijn diensttijd, die op zaterdag 1 maart 1947 eindigde, bij het ‘Magazijn’ in het Woerdense kasteel werken, officieel het Depot Retourgoederen van de Dienst van de Kwartiermeester-Generaal geheten. In eerste instantie was hij werkman C in algemene dienst en vanaf woensdag 1 juni 1949 als schrijver. Op zondag 1 oktober 1950 trad Gijs in vaste dienst van het ministerie. De bevordering tot schrijver A volgde op donderdag 1 januari 1953 en exact die jaar later, op zondag 1 januari 1956, bevorderde de dienstleiding hem tot administratief ambtenaar C, 2de klasse. Hij hield die rang tot hij op dinsdag 1 februari 1966 eervol ontslag kreeg[22].

Op zondag 23 november 1947 werd het een na laatste kind, dochter Hendrika (Riki), geboren.

Het gezin verhuisde op zaterdag 12 november 1949 van Rijnkade 5 III naar Asterstraat 14[23]. De huizen waren onderdeel van de eerste stadsuitbreiding van Woerden van na de oorlog. Het gezin vormde de eerste bewoners.

Stilzitten kon Gijs niet. Zijn werk bij het Magazijn als werkman in algemene dienst kon hem maar matig boeien. Hij ging weer studeren en wilde kennelijk promotie maken. Hij slaagde op dinsdag 1 maart 1949 met drie zessen voor het praktijkdiploma boekhouden[24]. Later probeerde hij nog het diploma Middelbare Bedrijfsadministratie te halen, maar dat is niet gelukt.

Op woensdag 23 mei 1956 stierf moeder Neeltje op 72-jarige leeftijd in haar woonhuis ‘s Gravensloot C32, officieel gemeente Kamerik. Zaterdag 26 mei moest Gijs samen met zijn broers en zusters zijn moeder ten grave dragen. Neeltje kreeg haar laatste rustplaats op de begraafplaats aan de Meeuwenlaan.

Bijna tien jaar na de geboorte van Riki werd het gezin weer uitgebreid. Op maandag 11 november 1957 aanschouwde de laatste telg geboren: Gijsbertus jr. (Bert).

Gijs besloot op een moment Defensie te verlaten. Hij was teleurgesteld over het werk en de sfeer. Hij solliciteerde in 1965 naar een andere baan en trad op dinsdag 1 februari 1966 in dienst van de Martha-Stichting in Alphen aan den Rijn als boekhoudkundige kracht[25]. Hij had het er erg naar zijn zin en bleef daar werken tot zijn overlijden in 1978.

Gijs was ook actief op kerkelijk gebied. Zo was hij diaken, ouderling en de administrateur van het kerkelijk bureau 1976 tot 1978.

Gijs van Elk tijdens een van zijn laatste vakanties in Rockanje, midden jaren zeventig.

Mien van Oosten enkele weken voor haar overlijden op 18 juli 1993 in Huize Anthonius in Montfoort.

Noten:

[1] Het geboortebewijs is in bezit van de auteur.

[2] Foto van de kindervereniging, gedateerd 24 juli 1930, is in bezit van de auteur.

[3] De jubileumfoto van de vereniging, gemaakt in 1934, is in bezit van de auteur.

[4] Trouwboekje, lange tijd in bezit van mevrouw H. van Elk, nu waarschijnlijk bij haar zuster A. Loenen – Van Elk in Zegveld.

[5] Kaart van het departement van Binnenlandse Zaken is in bezit van de auteur.

[6] De officiële cijferlijsten en diploma’s zijn in bezit van de auteur.

[7] Twee kaarten met tekst op de plaats van de postzegel zijn in bezit van de auteur.

[8] Papieren van het Dienstencentrum Human Resources van het ministerie (ex-)DZPM zijn in bezit van de familie.

[9] Het briefje was in het bezit van mevrouw H. van Elk. Een kopie van de brief is in bezit van de auteur.

[10] Ds C. van Reenen was predikant van de Gereformeerde Kerk in Woerden van 13-3-1926 tot 31-12-1955, zo blijkt uit de jaarboeken van de Gereformeerde Kerk die in het gemeentearchief van Woerden aanwezig zijn.[11] De tekst van de preek is in bezit van de auteur.

[11] De tekst van de preek is in bezit van de auteur.

[12] Het briefje is in bezit van de auteur. Een kopie is in het archief van de gemeente Woerden. Daarop is later met een typemachine getikt welke Woerdenaren nog meer een zelfde brief hebben gekregen. Een nadere motivering ontbreekt.

[13] Een kopie van de opgave voor de erelijst der namen van hen die voor het vaderland zijn gevallen, is in bezit van de auteur. De originele berust bij het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie in Amsterdam.

[14] Trouwboekje is in bezit van de auteur.

[15] De kwitantie is in bezit van de auteur.

[16] Een copy van het werkstuk is in familiebezit. Mevrouw H. van Elk trekt de verklaring in twijfel. ‘Die geschiedenis van de trein is niet waar. We gingen wel langzaam, maar zijn er niet uit geweest. Het grootste oponthoud kwam door het weer. Het sneeuwde verschrikkelijk. Toen we in Woerden uitstapten, zakten we weg in de sneeuw. Toen we op de Rijn aankwamen, moesten we zelfs binnen sneeuw ruimen. Ons dak was niet beschoten (van binnen met hout betimmerd) en de jachtsneeuw had de hele trap en overloop met een dikke sneeuwlaag bedekt’, reageerde ze schriftelijk op het verhaal.

[17] Een kopie van het huurcontract is in bezit van de familie.

[18] Het trouwboekje is in bezit van de auteur.

[19] De vordering is in bezit van de auteur.

[20] De papieren van DZPM zijn in bezit van de auteur.

[21] Idem.

[22] De papieren van Defensie zijn in bezit van de auteur.

[23] Een kopie van het huurcontract is in bezit van de auteur.

[24] De cijferlijsten en diploma’s zijn in bezit van de auteur.

[25] Aanstellingsbrief in bezit van de auteur.