Zoon Faas (27-08-2912 – 11-05-1940)

Faas tijdens een vakantie in de jaren ’30.

In 1912 werd op dinsdag 27 augustus Faas geboren. Hij doorliep de lagere school zonder problemen en mocht zelfs naar de Ulo. Voor een kind van een arbeider bijzonder. Toen hij aan het eind van de jaren twintig het diploma behaalde, ging hij bij Gemeentebedrijven Woerden werken en daarna bij het verzekeringskantoor Verenigde Verzekeringsmaatschappijen, Maliebaan 46 in Utrecht[1]. Hij bekwaamde zich in boekhouden en belastingen en verdiende zo ook wat bij, gelet op een advertentie die hij in het Woerdensch Weekblad van zaterdag 1 februari 1936 plaatste. Faas klom op tot souschef van de afdeling waar hij werkte.

Zijn zus Adrie omschreef Faas in 2008 als ‘het intellect van de familie’. “Hij wist veel. Hij las ontzettend veel, hij las alles wat los en vast zat. Hij liep in het spoor der vaderen. Hij was lid van de Jongelingsvereeniging, in tegenstelling tot Jan. Jan was een vrijbuiter en hij was degene die toch wel in de voetstappen van… Voor mijn gevoel was hij toch wel het intellect van de familie. Meer nog dan tante Riek. En ik weet niet waarom. Je ziet het natuurlijk door de ogen van een zestienjarige.”[2] Ze omschrijft Faas als een populaire jonge man. Faas had veel vrienden en vriendinnen. “Maar het was ook een driftkikker. Faas en een vriend, Gert Hogendoorn, zijn samen met een tandem naar het buitenland gegaan. ’t Was België, maar voor die tijd heel bijzonder. En op een gegeven moment kwam er een thuis, want ze hadden ruzie gekregen en de een was met de tandem vertrokken.”

Audiofragment: Mevrouw A. Loenen – Van Elk vertelt over haar broer Faas.

Faas onderging het lot van alle Nederlandse jonge mannen: hij kreeg te maken met het ministerie van Oorlog. Hij werd op maandag 21 maart 1932 als dienstplichtige ingelijfd bij het 4de Regiment Infanterie, lichting 1932 uit de gemeente Woerden nr. 112 [3]. De indeling bij deze landmachteenheid verdient enige uitleg. Veel Nederlandse infanterieregimenten waren destijds verbonden met een bepaalde regio. De militairen die er dienden, kwamen uit een bepaalde streek. Bij het 4de Regiment Infanterie dienden veel mannen uit Woerden en omgeving.

Een advertentie van Faas in het Woerdensch Weekblad van 1 februari 1936.

Na een opleiding en parate tijd van enkele maanden kreeg hij Groot Verlof op zondag 4 september 1932. Hij was waarschijnlijk alle geleerde lessen al weer vergeten, toen hij van donderdag 10 september 1936 tot en met zondag 27 september 1936 op herhaling moest. Alsof het niet genoeg was, diende hij nog geen jaar later alweer op te komen: van donderdag 15 september 1938 tot zondag 2 oktober 1938 mocht hij weer op herhaling (Sudetencrisis).

Op dinsdag 29 augustus 1939 volgde de algehele mobilisatie van het Nederlandse leger en werd Faas weer onder de wapenen geroepen. Hij was ingedeeld bij sectie 4 van de mitrailleurcompagnie (MC) (onder leiding van reserve-kapitein L. Verleun) van het 3de bataljon van het 4de Regiment Infanterie met majoor Jan Mallinckrodt als regimentscommandant. De eenheid werd gestationeerd bij het vliegveld Valkenburg bij Katwijk. Het vliegveld was in mei 1940 nog niet klaar en leek daarom geen aanvalsdoel te zijn, maar werd al wel bewaakt. Veel van de gebouwen aan de rand van het grote grasveld waren nog niet in gebruik. De MC van Faas was ingekwartierd in het Seminarie van Katwijk. Hij was op vrijdag 10 mei 1940 echter ingedeeld bij het detachement dat het vliegveld bewaakte.

Als Faas verlof had, kwam hij over het algemeen naar huis, herinnert zijn zus zich. “Dan kwam hij langs, dan kwam hij naar huis. Daar was zijn thuis. Maar hij had ook nog – intellectueel – hij had ook nog in Katwijk een kamer bij Schoneveld. Daar kon hij studeren.

Hij volgde een cursus op administratief gebied voor zijn werk. Dat weet ik nog. Dat was heel bijzonder. Hij had een kamer gehuurd. Daar zal hij ook wel eens geweest zijn. Voor mijn gevoel kwam hij naar huis als hij een keer verlof had.” Volgens Adrie was de familie Schoneveld een gereformeerde familie. Adrie omschreef haar broer als een intellectueel “die alles las wat los en vast zat.”

Een foto van Faas als militair, gemaakt in Leiden tijdens de mobilisatie van 1939-1940.

Faas liep, zoals zij het omschrijft, “in der vaderen spoor”. Het is niet verwonderlijk dat kerkelijk leven Faas ook in zijn mobilisatieplaats niet losliet. Hij werd een gewaardeerd lid van de Jongelingsvereeniging op Gereformeerde grondslag, gelet op de rouwadvertentie die de Katwijkse vereniging plaatste in het Gereformeerd Jongelingsblad van vrijdag 7 juni 1940.

Het verloop van de strijd om Valkenburg is bekend. Waar en wanneer Faas door Duitse parachutisten werd gevangengenomen, samen met andere militairen van zijn eenheid is echter onduidelijk. Volgens het Nederlands Instituut voor Militaire Historie brachten de Duitsers hun krijgsgevangenen naar de Hervormde kerk van Katwijk[4]. De krijgsgevangenen, waaronder Faas, schijnen van daaruit een ontsnappingspoging te hebben gedaan. Faas is bij die poging neergeschoten en overleed zaterdag 11 mei 1940. Eén van zijn medesoldaten schreef pal na de gevechten op een minuscuul briefje hoe Faas overleden was en dat hij vlak voor hij stierf “alles met de dominee in orde had gemaakt”. Het briefje was, waarschijnlijk bij gebrek aan een exact adres, gericht aan de Woerdense gemeentepolitie. Een van de agenten bracht het briefje naar de gereformeerde predikant, dominee C. van Reenen. Deze had de moeilijke taak naar de winkel aan de Rijn te gaan en het nieuws te vertellen.

Dat Faas was gesneuveld, werd pas op woensdag 15 mei 1940 bekend volgens zus Adrie Loenen – Van Elk. “Op de verjaardag van Gijs. Door het centrum van Woerden stroomde de Rijn. In Barwoutswaarder woonde Romein, een groenteboer met een roeibootje. Hij kwam altijd met groenten de Rijn afzakken en 15 mei kwam hij weer – misschien is hij alle dagen geweest, dat weet ik niet. Mijn moeder en ik stonden bij het bootje. En toen kwam dominee Van Reenen eraan. Ik zeg: ‘Daar komt dominee Van Reenen.’ Moeder zegt: ‘Oh. Dan is er een dood.’ Nou dat was ook zo. Hij kwam vertellen dat Faas gestorven was. Faas had in het veldlazaret gelegen. Een andere militair had een briefje in de bus gedaan: ‘aan Faas van Elk in Woerden of Bodegraven’ Dat was naar het politiebureau gebracht. Een van de agenten had het naar dominee Van Reenen gebracht en die kwam het ons vertellen.” Het trieste nieuws kwam hard aan. “Grote verslagenheid. grote verslagenheid”, herinnert zij zich. Steun vanuit de Gereformeerde Kerk kwam er niet. “Nee, daar kan ik me niets van voorstellen: van steun van de kerk. Heel gek. Dat kun je je nu niet meer voorstellen.”

Een foto van Faas (rechts, liggend) en enkele soldaten van sectie 4 van de mitrailleurcompagnie bij het veld van de Leidsche Football Club achter de Boshuizerkade in Leiden.

Gijs reisde als enige man in het huis af naar Valkenburg voor de identificatie. “ze waren in een massagraf begraven. Gijs was de enige die dat doen kon. In Valkenburg was Bram Brinkman, de zoon van de Harmelense burgemeester, gemeentesecretaris en die heeft tegen Gijs gezegd: ‘Gijs, daar moet je niet naar kijken. Hij is het.’ Op Faas’ kist lag zijn vulpen en nog wat andere dingen van hem. Dat is zo verschrikkelijk. Dat raak je nooit meer kwijt.”

Hoe Faas’ toenmalige vriendin, boerendochter Mijntje Verburg, te horen heeft gekregen dat hij was gesneuveld, is niet bekend.

Aanvankelijk werd Faas in de tuin achter de oude pastorie in Valkenburg begraven. De familie kreeg wel de mogelijkheid om Faas in Woerden te laten begraven, maar moeder Neeltje koos er bewust voor om de stoffelijke resten van Faas in Valkenburg te laten. Volgens haar jongste dochter Adrie heeft Neeltje gezegd dat zij de begrafenis niet aan kon. Adrie wist zich te herinneren dat Neeltje regelmatig het graf in Valkenburg heeft bezocht.

Audiofragment: Mevrouw A. Loenen – Van Elk vertelt over haar broer Faas.

Er volgde een tweede tijdelijk graf tot Faas uiteindelijk op maandag 23 oktober 1961 zijn definitieve rustplaats kreeg bij de Hervormde kerk in het midden van het dorpje, te midden van nog 34 andere gesneuvelde militairen.

Faas kreeg posthuum het Oorlogsherinneringskruis met gesp voor bijzondere krijgsverrichtingen, Nederland mei 1940. Het werd toegekend op donderdag 19 februari 1948, nr. P.458[5].

Noten:

[1] De Verenigde Verzekeringsmaatschappijen (VVM) zijn later opgegaan in de Amev en weer later in de ASR en in Aegon. De vestiging aan de Malibaan bestaat nog steeds. Navraag bij de personeelsadministratie leverde als resultaat op dat er van Faas in het archief geen gegevens meer zijn achtergebleven. De reden is volgens een medewerker van AMEV dat hij niet getrouwd was en er (nog) geen aanspraak op pensioen bestond. Bij een schoning van het archief zijn waarschijnlijk zijn gegevens vernietigd.

[2] Interview met A. Loenen – Van Elk, opgenomen op donderdag 10 juli 2008 in Zegveld door de auteur.[4] Brief DZPM in bezit van de auteur.

[3] Brief DZPM in bezit van de auteur.

[4] Zie ook de website www.mei1940.nl

[5] De medaille en de oorkonde waren tot haar overlijden in het bezit van mevrouw. H. van Elk en daarna overgegaan naar mevrouw A. Loenen – Van Elk.